Oudega (sm) deel 4

In 1738 woedde er een grote brand, die ook de herberg, waar recht gesproken werd, in de as legde. De herberg werd herbouwd. U vindt het gebouw, een rijksmonument, aan de Buorren. De gevel vertoont een prachtige gevelsteen met Vrouwe Justitia. De kunstenaar Anne Woudwijk heeft in een kunstwerk in Oudega, dit thema uitgewerkt. U vindt dit op de hoek Skeane Heawei / de Geasten.

Deel4a

Even terug naar 1672. Veel Nederlanders weten nog dat dat jaar “het Rampjaar” genoemd wordt. Stadhouder Willem de derde, wist de vier vijanden te verslaan: Engeland, Frankrijk, M√ľnster en Keulen. Terwijl “Bommen Berend” Groningen belegerde, beschermd door een waterlinie, probeerden een aantal soldaten in Oudega hun buit te vinden. Bij de brug in de Oudegaasterdijk, toen een ophaalbrug, hielden de Oudegaasters hen tegen. Het verhaal gaat dat de soldaten uit onmacht hun zwaard bot sloegen op een grote zwerfkei. Deze kei ligt er nog en “vertelt” het verhaal van de inkervingen.

Deel4b
De Oudegaasterdijk was toen de enige verbinding over land van Oudega met de bewoonde wereld. Er waren nog geen verbindingen met Garijp (1911) en Eernewoude (1938). In de herfst en winter was Oudega vaak omgeven door water. Tot Eernewoude en Grouw was het een grote waterplas. Het landschap was toen veel minder boomrijk dan nu, omdat de bomen zoveel mogelijk gerooid werden om het riet te beschermen. De waterstand was niet zo goed beheersbaar als tegenwoordig. Heel veel land was niet ingedijkt en fungeerde in de herfst en winter als boezemland of buitenland.

Oudega had via het “Ouddiep”, dat liep door de Oudegaaster Zanding, verbinding met de Munnekegreppel. Ook de Zetsloot zorgde voor een verbinding. De loop van de Zetsloot is in het landschap de Geasten nog te traceren. Aan de westkant had Oudega via de Oosterzanding en de Geeuw een ontsluiting op het buitenwater.

Deel4c

De boeren in Oudega gebruikten de hoge dichtbijzijnde landerijen als bouwland en de verder gelegen percelen voor het vee. Oude boerderijen waren dus ook ingericht voor de akkerbouw, met veel ruimte voor opslag van de producten. Op de Mounehoek staat de bakstenen onderbouw van een korenmolen staat nog in Oudega. Na een zware storm in 1922 werd het bovengedeelte afgebroken.

In de achttiende en negentiende eeuw trokken boeren vaak met hun vee naar de hooilanden en gemeenschappelijke weiden. Veel van die lage gronden waren een “gemeene schar”, waar iedere boer een aantal dieren op mocht laten grazen. Vanuit Oudega liepen twee hooiwegen: de Skeane Heawei naar de Hogewarren en een via het West naar de Krusdobbe.

In deze waterrijke omgeving bevonden zich een vijftal eendenkooien.

Deel4d

Het is vanzelfsprekend de conclusie te trekken dat het transport in die tijden over het water ging. Oudega had al vanaf 1712 een veerschipperscontract. De omliggende plaatsen waren verplicht via Oudega hun producten te verhandelen. Uiteindelijk waren er in de 20ste eeuw nog twee beurtschippers in Oudega. De familie de Vries met de “Voorwaarts” en de familie Welling met de “Twee Gebroeders”. Men voer vooral op Leeuwarden.

Deel4e

Deel4f