Oudega – Aldegea

Oudega is met zijn ± 1.700 inwoners en een totale oppervlakte van 21 km2 (waarvan 19,12 km2 land en 1,89 km2 water) 1 van de 13 dorpen van Drachten (gemeente Smallingerland).

In Oudega zijn de voorzieningen aanwezig die passen bij een dorp van dergelijke omvang (o.a.: supermarkt, bakker, basisschool, horeca, (sport)verenigingen, zorgfuncties, brandweerpost etc.).
Er zijn 6 Rijksmonumenten, 7 gemeentelijke monumenten en 21 kunstwerken.

Oudega is een actief dorp met een hechte gemeenschap, wat ook blijkt uit het aantal verenigingen en activiteiten dat er plaatsvindt met als spil het MFC ‘de Gearrin’ (Buorren 34c), zalencentrum ‘Op Dreef‘ (Op ‘e Wâl 4) en de PGO kerk ‘it Ljochtbeaken‘ (Buorren 31). Daarnaast is er een actieve ondernemersvereniging MIVERO.

Landschappelijk

Oudega bestaat uit twee landschappen: Het dorp zelf ligt op een hoge zandplaat; hier was het veilig wonen en had het over water via de Oosterzanding verbinding met de rest van Fryslân. De westkant was lager, een veengebied, bedekt met gras, de ‘hooilanden’. De weg vanuit Drachten naar de Hegewarren heette dan ook niet voor niets ‘de Oldegaster Hooiweg’ en was de enige toegangsweg naar Oudega.
De veengronden zijn afgegraven voor turfwinning, wat nog overduidelijk zichtbaar is door de petgaten in de bekende Jan Durkspolder.
Het dorp had drie ‘útbuorrens: De Geasten; it Utein en de Opperbuorren. Hier stonden boerderijen op vruchtbare gronden, die buitengewoon geschikt waren voor akkerbouw en veeteelt.
Oudega grenst in het westen aan het Nationaal Park ‘de Alde Feanen’ waarvan de Jan Durkspolder behoort bij Oudega.

Historisch

In de 7/8ste eeuw zijn er bewoningssporen bij de riviertjes, o.a. bij de Oer Ee te vinden. In het begin van de 9de eeuw trekken mensen ‘massaal’ het veengebied in. Ontwateringssloten worden gegraven en er vindt regelmatige verkaveling plaats. De inwoners maken het gebied geschikt voor landbouw. Het verlaten dorp Kloesewier aan de Wijde Ee is daar een voorbeeld van.

De naam Aldga komt al voor in documenten uit 1439; het is dus een oud dorp. Maar de naam Oudega is waarschijnlijk te danken aan het ontstaan van een satellietdorp ten noordoosten: Nijega. Met de naam Oudega werd aangegeven dat dit dorp er eerder was.
De wetgeving in de tijd na Karel de Grote bepaalde dat de bewoners hun doden op een centrale plek moeten begraven. Bij de begraafplaats wordt daarna, indien er 8 boerderijen aanwezig zijn, een dorpskerk, ook wel parochiekerk genoemd, gebouwd.
De boeren onderhouden ook een priester. De 2 bewoningsgebieden de Sânbuorren en it West, waarbij de Sânbuorren it West overvleugelt, vandaar dat de kerk daar gebouwd wordt, worden samen een dorp. De kerk wordt in de 10de eeuw in Romaanse stijl gebouwd en is één van de oudste in Friesland. De oudste klok dateert uit de 12de eeuw en is één van de oudste klokken van Nederland.
Het prachtige kerkgebouw is eeuwenlang de ontmoetingsplaats van de inwoners geweest. De vrouwen (in die tijd ook wel ‘brijsiders’ genoemd) kwamen via een deur aan de noordkant binnen en de mannen via de zuidkant, zoals in die tijd gebruikelijk. Een twintigtal sarcofagen op het kerkhof getuigen ervan dat er welvaart heerste in Oudega.

Oudega vormde de grootste boerensamenleving in Smallingerland met 62 stemhebbende boerderijen, waarvan 10 eigendom aren van de kerk en de pastorie. De boerderijen bestonden uit zowel akkerbouw (hogere gronden) als weiland (lagere gronden). Aangezien er geen tarwe verbouwd kon worden op deze gronden, verbouwde men rogge. De bakkers brachten dus roggebroden bij de klanten.
Op de gemeenschappelijke gronden ‘de mienschar’ mochten de boeren een aantal beesten laten grazen. Bovendien waren er de blauwgraslanden. Twee hooiwegen leidden naar de gemeenschappelijke gronden, via de Skeane Heawei naar de Hegewarren en via it West naar de Krúsdobbe. Een gedeelte van het jaar stond dit gebied onder water. Boeren haalden er blauwgras vandaan en waren voor het grootste deel zelfvoorzienend. Veenactiviteiten vonden vooral plaats op de Hegewarren en later in de Jan Durkspolder. Bovendien bevonden zich in de omgeving van Oudega een negental eendenkooien, gelegen tussen de rietlanden, waterplassen en bosschages.

Vanwege de belangrijkheid van Oudega werd zij ook de hoofdplaats van de grietenij en vanaf 1541 zetelde grietman Empcke Geukesz op de ‘oud stins’ aan it West. In latere tijd stond aan de Sânbuorren ‘Oud Haersmastate’, waar de grietman van Haersma zetelde. In 1665 werd op  voormalige kloostergrond de Kloosterzathe ‘Groot Haersmastate’ gebouwd, waar de grietmannen uit deze familie woonden. Ze zetelden daar tot 1832. Daarna houdt Oudega op hoofdplaats te zijn van de grietenij, het bestuur vertrekt, eerst naar Opeinde, en uiteindelijk naar Drachten.
De grietmannen spraken niet meer recht in de weerkamer (Buorren 11) te Oudega. De gevelsteen in de muur laat ‘Vrouwe Justitia’ zien. In 1839 is het grote landhuis afgebroken.

In de Sint-Agathatsjerke (Buorren 1), waar de grietmannen ook vaak een belangrijke functie hadden, zijn nog de rouwborden en glas in loodramen te bezichtigen met de wapenfeiten van de familie. Op de grond liggen hun grafstenen. De oude eettafel en de stoel van de grietman staan in de kerkruimte. Bovendien vindt men in de toren de eeuwenoude gevangenenkluister.

In Oudega en haar buitengebied zijn panelen op gevels of op een zuil te vinden. Deze informatiepanelen vertellen over de historische betekenis van het pand of de locatie. Deze ‘historische route’ geeft een goed beeld van de grote bedrijvigheid van Oudega in het verleden. Veel van deze bedrijvigheid is inmiddels verdwenen, maar stille getuigen zijn nog altijd zichtbaar in het dorp. Via een QR-code op de infopanelen kan er meer informatie worden verkregen over de betreffend locatie

Oudega kreeg zijn dorpswapen en -vlag in 1981/1982. Op het wapen ‘een doorsnede van een bevruchte eikenboom in goud en groen met daaronder in zilver een rode aanziende hertenkop’.
De boom is ontleend aan het wapen van de familie Van Haersma, de grietmannen van Smallingerland van 1625 – 1795, die in Oudega op de ‘Great Haersma State’ woonden en recht spraken in het ‘Rechthuis‘ aan de Buorren 11. Leden van deze familie bekleedden het grietmansambt in de Grietenij Smallingerland. De boom verwijst naar het recht. In het verleden werd er namelijk recht gesproken onder een boom.
De hertenkop is een pars pro toto (deel geldt voor het geheel) voor het hert van de Smallingerlandse vlag. Op de vlag de kleuren geel en rood die ontleend zijn aan het wapen. Het eikenblad heeft ook een link met de eikenboom die op het wapen staat.

Wonen

De totale woningvoorraad bestaat uit 726 woningen, waarvan 587 particuliere woningen en 139 huurwoningen. Het aandeel eigen woningbezit is hoger dan gemiddeld in de gemeente Smallingerland.
De woningvoorraad bestaat voor 52% uit vrijstaande woningen, t.o.v. 21% gemiddeld in de gemeente.
Het percentage twee-onder-een-kap is vergelijkbaar met gemiddeld (22%). Het aandeel rijwoningen is met 4% aanzienlijk lager dan gemiddeld (38%).
Bewoners in Oudega zijn bovengemiddeld tevreden met hun eigen woningen (8,3) en hun woonbuurt (7,8).

Een aandachtspunt is dat er relatief weinig mensen tussen de leeftijd 18 en 34 in het dorp wonen, wat erop duidt dat veel jongvolwassenen het dorp verlaten, mede omdat voor deze groep geen passende woningen aanwezig zijn. Positief is een grote aanwas (veel kinderen tot 12 jaar).

Statistisch gezien is het geen uitzonderlijk dorp en het is relatief stabiel. Data met betrekking tot de sociale en economische situatie en leefbaarheid zijn positief en wijzen niet op grote problematiek.
Oudega verkeert niet in een penibele situatie; het dorp kent geen urgente problemen als sterke krimp of hoge werkloosheid.

Toekomst

In samenwerking met de gemeente Smallingerland en de Provincie Fryslân is er een gebiedsvisie opgesteld en een ‘ontwerp masterplan waterfront‘ die met haalbare lokale ontwikkelingen en dorpsinitiatieven worden uitgevoerd.

In het plan ‘Oudega aan het Water‘ ligt de nadruk op het verduurzamen van het watergebied en de natuur met een focus op het waterfront van Oudega. De voorzieningen krijgen vooral een plek rond de havenkom van Oudega, de haven wordt nieuw leven ingeblazen en wordt zo het ankerpunt van Oudega waar bedrijfvigheid en levendigheid zich concentreren.
Het dorp wil beter worden aangesloten op het aangrenzende Nationaal Park de Alde Feanen, de Friese Meren en de Noardlike Fryske Wâlden.
Onderdeel van het plan is de aanleg van een nieuw meer, net ten zuiden van Oudega.

Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat er nieuwe voorzieningen nodig zijn voor wonen, toerisme, recreatie en horeca.